dinsdag 5 maart 2013

Sterkte!


Toen begaf Jonatan, de zoon van Saul, zich op weg en ging naar David in Choresa. Hij versterkte zijn vertrouwen op God. - 1 Samuël 23:16. (NBG)

David en Jonatan. Twee echte vrienden. Twee mannen die elkaar trouw blijven ondanks alles. Die hun vriendschap niet ontlenen aan een gemeenschappelijk belang, maar aan een gemeenschappelijk geloof. Als Jonatan David opzoekt terwijl deze voor Saul de woestijn in is gevlucht, wenst Jonatan David sterkte. Niet op een goedkope manier. Kennelijk op zodanige wijze, dat David daar weer een tijdje op verder kan. Pastoraat, herderlijke zorg aan de herder, aan de Gezalfde des Heren. Een voorbeeld voor in de gemeente!

David en Jonatan
Een bijzondere vriendschap. David: de zoon van Isaï, een landbouwer uit Bethlehem. Jonatan: zoon van Saul, de eerste koning van Israël. David: herder en musicus, ‘toevallig’ ontdekt als krijgsheld, als vechter. Jonatan: kroonprins, volgens de verwachting de toekomstige koning. Geoefend in het krijgsvak. David: door God, via Samuël aangewezen als opvolger van Saul.

Wat bindt deze twee mannen samen? Niet een gemeenschappelijke achtergrond en niet een gezamenlijk doel. In tegendeel! Ze zijn afkomstig uit twee heel verschillende stammen van Israël. En hun toekomst bergt een groot conflict in zich. De kroonprins en de toekomstige koning kunnen niet anders dan met zorg toeleven naar een toekomst waarin hun belangen zullen botsen, ja waar voor een van beiden geen plaats zal zijn.

David en Jonatan zijn zich hiervan terdege bewust. David zal koning worden en voor Jonatan en zijn familie zal nauwelijks plaats zijn (zie 1 Samuël 20:12-17). Trouwens, ook koning Saul weet dat David zijn opvolger zal zijn (zie 1 Samuël 24:17-23). Saul vecht tegen deze situatie met al wat in hem is. Zijn streven is het om de toekomst naar zijn hand te zetten door David te doden. Wat zou er logischer zijn dan dat hij zijn zoon Jonatan aan zijn zijde vond in dat streven. Maar Jonatan en David blijven vrienden. Wat bindt hen? Hun gemeenschappelijke geloof in de God van Israël! Het zijn twee broeders in het geloof, die elkaar ondanks alles vasthouden en elkaar aanspreken in de Naam van God.

Sterkte!
Je zint in de put. Je ziet het niet meer zitten. Je hebt het gevoel dat je niet verder kunt. Dat je leven niet meer te leven valt. Of dat iedereen tegen je is. Dan opeens een hand op je schouder, een bezoekje bij je in het ziekenhuis. Eén woord soms maar: sterkte …

Zo moet David het bezoek van Jonatan hebben ervaren toen deze hem opzocht in de woestijn van Zif. Terwijl hij letterlijk en figuurlijk in het nauw zit, komt daar Jonatan aanzetten. Na een dagenlange tocht vanuit het paleis van zijn vader, die David naar het leven staat. Jonatan heeft begrepen dat David aan het eind van zijn latijn is. Daarom zoekt hij hem op, ondanks de risico’s en redenen om het niet te doen. Hij zoekt David op in de woestijn van Choresa en, zo lezen we in vers 16 van 1 Samuël 23: Hij versterkte Davids vertrouwen op God!

Sterkte! Een woord en een gebaar worden ervaren als een boodschapper uit de hemel. Zo werkt dat bij David, zo werkt het bij ons. Als een mens medemens blijkt te zijn in de woestijn van het leven en namens God een woord spreekt en een gebaar maakt. In het komen en spreken van Jonatan vanuit zijn geloof in de levende God wordt voor mij het wezenlijke van de herderlijke zorg zichtbaar.

Pastoraat aan de pastor
Pastoraat (=herderlijke zorg) aan David, de vroegere herder van de schapen van zijn vader en de toekomstige herder van het volk van God. Deze herderlijke zorg wordt verleend door een kroonprins, door een militair. Kennelijk is het ‘versterken van ons vertrouwen op God’ geen specialisme, geen professionele handeling.

In veel gemeenten is het mogelijk een voorganger vrij te stellen die, naast de evangelieverkondiging, de zorg aan broeders en zusters die een ‘woestijnperiode’ beleven, is toevertrouwd. Toch is hiermee het pastoraat ons niet uit handen genomen. Wij allen mogen als Jonatan bij de ander komen om – namens God – een hand toe te steken en een bemoedigend woord te spreken. Eventueel ook aan onze pastor, want ook hij kent woestijnperioden.

Het vertrouwen op God versterken
Hoe kunt je iemand vertrouwen op God versterken? Lang niet altijd kun je de situatie veranderen, waarin de ander verkeert. Alhoewel … er zijn talrijke voorbeelden van hulp die ervaren is als een geschenk uit de hemel. Dat varieert van een opvang van de kinderen in een tijd waarin het de ouders ‘boven het hoofd groeit’ tot het zoeken van werk voor een langdurig werkloze jongere. Het kan bestaan uit het voorlezen van een goed boek voor een slechtziende oudere, maar ook het een weg wijzen aan iemand die verdwaald is in het doolhof van officiële instanties. Maar meestal beperkt het zich tot een meelevend komen tot de ander. Het laat merken: ik begrijp iets van wat je meemaakt en … ik geloof dat God er is en er zal zijn, ook voor jou. En ik bid je toe dat je dat zult ontdekken en ervaren.

Kleine daden, weinig woorden, maar soms een wereld van verschil, een verschil van dag en nacht, omdat ze de hemel dichterbij brengen.

maandag 3 december 2012

Advent

Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken de bruidegom tegemoet. – Mattheüs 25: 1 (NBV) 

De adventstijd is weer begonnen. We leven in afwachting, we bereiden ons voor. Maar waarop?

In de eerste plaats op het komende kerstfeest: We denken na over wat het Christusfeest voor ons betekent. We bereiden ons op allerlei manieren voor om de geboorte van Jezus te vieren. Dat is de eerste betekenis van advent.

Maar daaruit volgend en daarboven uitstijgend is advent de tijd van de verwachting van de wederkomst van Christus. We bereiden ons voor om de Bruidegom te kunnen verwelkomen. Vanuit het bijbelgedeelte van Mattheüs 25, de gelijkenis van de vijf dwaze en de vijf wijze meisjes, wil ik een paar gedachten kwijt.

1. Advent vieren doe je SAMEN. De tien meisjes trokken er samen op uit. In deze donkere wereld red je het alleen niet, het is te gevaarlijk. Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi (1 Petrus 5:8).

2. De olie in de lampen kan opraken. De komst van de bruidegom laat op zich wachten. Daarom moet er reserveolie worden meegenomen. Geestelijke reserves, zou ik ze willen noemen, reserves om de adventstijd door te komen, om het wachten vol te houden. Geestelijke reserves die worden gevormd door allerlei verschillende activiteiten in de gemeente: door prediking, door getuigenissen, door zang en muziek, door bijbelstudie en gebed …

3. De komst van de bruidegom laat op zich wachten. Alle tien meisjes vallen in slaap. De gemeente van Christus staat niet altijd op haar post. Toch weerhoudt dat de Bruidegom niet om te komen. En de meisjes met de reserveolie zijn er klaar voor: Hoera, de bruidegom komt eraan!!

4. PS De gemeente van de toekomst zie ik elke zondagmorgen langs mij heen komen/rennen: een grote schare kinderen op weg naar de zondagsschool om geestelijke reserves op te bouwen onder leiding van een groot aantal leiders en leidsters. Wat een rijkdom: dat zoveel mensen van jongere generaties worden toegerust om de Bruidegom op te wachten en te zijner tijd Hem tegemoet te gaan.

In wens u allen – oud en jong samen – een goede wacht.

dinsdag 27 november 2012

De Heer is nabij!

Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden. – Filippenzen 4:6 (NBV).

Je zorgen maken, piekeren over van alles en nog wat. Daar kun je hele dagen druk mee zijn. Want het leven is verre van eenvoudig.

Tobben over je kinderen: over hun doen en laten, over de risico’s die ze lopen, hun gedrag, hun toekomst.
Je zorgen maken over je financiën: krijg ik die baan, houd ik die baan?
Lijden onder onrecht, onder depressiviteit, onder je handicap.
Gebukt gaan onder pijn en verdriet.
En zo kan ik – en kunt u – de lijst uitbreiden.

En let wel, het zijn geen onbelangrijke dingen, waarover we ons zorgen kunnen maken. Het zijn gaan fantasieën van een zwartkijker, tegen wie je zou willen zeggen: Kom op joh, zie het leven niet zo somber in. Nee, er zijn meer dan genoeg reële problemen in ons leven om er een waslijst mee te vullen.

En dan toch zo’n prikkelend zinnetje: ‘Wees over niets bezorgd’. Is dat niet een dwaas advies? Of een zin waarmee men zich van jouw problematiek wil afmaken? Zo van: geen zorgen voor de dag van morgen, en dan vlug doorlopen zodat je er zelf geen last meer van hebt.

Zo is het niet bedoeld in de Bijbel: er staan namelijk nog wat woorden rondom dat zinnetje ‘wees niet bezorgd’. Allereerst: ‘De Heer is nabij.’ De concrete belofte dat God niet wegloopt van onze problematiek, maar dat Hij erbij blijft, ja, dat Hij bij jou blijft. Wat ons ook overkomt, Hij zal bij je zijn, Hij zal je serieus nemen.

En na de woorden over bezorgd zijn, staat er iets over communicatie. ‘Bid en dank’. Blijf niet alleen tobben, maar betrek God bij je problematiek, maak het met Hem bespreekbaar. En dank Hem voor alle zegeningen, die het leven ook in zich bergt. Dank Hem voor zijn heil, zijn genade, zijn toekomst.

Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus bewaren. Toch geen zorgen, want het is God Zelf die ons ondersteunt, ja, ons draagt door het leven heen.

donderdag 6 september 2012

Gegrepen

Omdat ik ook door Christus gegrepen ben – Filippenzen 3:12 (NBG51)

Er zijn wel eens momenten in je leven, dat je het allemaal niet ziet zitten: de omstandigheden zitten tegen; de mensen om je heen snappen je niet; je bent overal op uitgekeken…

In zo’n situatie ben je soms ook uitgekeken op de gemeente, op je geloof. Datgene dat je tot dan toe heeft geïnspireerd, je – letterlijk – heeft bezield … het doet je allemaal niets meer.

Hoe komt het zover? Ik denk dat het vaak een opeenstapeling van factoren is: bijvoorbeeld én stress op je werk én ziekte in je gezin. Of: een ‘dip’ in de gemeente en tegelijk problemen in je huwelijk. Soms is het – menselijk gesproken – gewoon te veel en duren sommige nare zaken ook te lang.

En alle goed bedoelde raad en troost, als ze al geboden worden, werken averechts. Je denkt dan: ‘ze’ snappen me toch niet … en ‘ze’ hebben makkelijk praten … En de meest kwellende gedachte: God snapt me ook niet, want anders …

Hoe kom je toch verder? Ik weet het niet precies. Het zal bij u anders gaan dan bij mij. Maar één ding wil ik graag aan u doorgeven: het bestaat uit het woord boven aan dit stukje: GEGREPEN.

Ik geloof dat Christus mij met zijn liefde vastgegrepen heeft en mij nooit meer loslaat. Hoe ik ook tegenstribbel, protesteer en worstel – met mezelf, met anderen, met omstandigheden, met God – God houdt mij vast, onvoorwaardelijk, trouw aan zijn verbond. Ik zeg niet, dat ik het – of Hem! – gegrepen heb, laat staan dat ik het begrepen heb. Integendeel! Mijn kracht schiet tekort om Gods handelen in mijn leven te begrijpen.

Maar ik BEN gegrepen, door Christus, door God.

En op den duur ga je dat toch weer ervaren en kun je weer verder … TOCH!

maandag 2 juli 2012

Wat ziet God in ons?

Gij zijt echter een uitverkoren geslacht,
een koninklijk priesterschap,
een heilige natie,
een volk Gode ten eigendom,
OM DE GROTE DADEN TE VERKONDIGEN
van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft
tot zijn wonderbaar licht.

1 Petrus 2:9

Wat ziet God toch in ons? Hierboven staat het: uitverkorenen, priesters met een koninklijke status, Gods eigen, heilige volk!

Met die waardigheid heeft Hij ons bekleed. Tot dat volk behoren wij als wij geloven dat de Here Jezus voor onze zonden is gestorven (Goede Vrijdag) en dat Hij is opgestaan uit de dood (Pasen). Die positie ligt vast in het Nieuwe Verbond van Christus met ons, zonder tegenprestatie van onze kant. We mogen God 'papa' noemen, ook al voelen wij ons de verloren zoon of dochter.

We mogen tegen de wereld en tegen de duivel zeggen: 'Ik ben geadopteerd door God en ik draag daarom zijn naam. O ja, zeker, ik leefde in de duisternis en ik zag geen enkele kans om daaraan te ontsnappen, maar, Gode zij dank, heeft Hij mij geroepen en naar het licht geleid.'

Als we dat weer dóór krijgen, als we daar weer van gaan genieten, dan komen de groot gedrukte woorden 'OM DE GROTE DADEN TE VERKONDIGEN' ook weer in het juiste licht te staan. Niet als loodzware opdracht, waaraan we ons vertillen, maar als een vanzelf-sprekende manier van leven. Dan gaan we leven als verloste mensen, als mensen die iets uitstralen van Christus' liefde, die doen wat Jezus ons voordeed, die praten zoals de Geest het ons ingeeft.

Dan wint de vrede van Jeruzalem, de shalom, in deze wereld en in Gods gemeente steeds meer terrein.

woensdag 16 mei 2012

Dag van de K(r)oning


Hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods majesteit. - Hebreeën 1:3 (NBV)

Wanneer zou prins Willem Alexander koning worden? Wanneer zou hij op de troon van Nederland plaatsnemen? Bij allerlei gelegenheden, zoals op 30 april, wordt daar druk over gespeculeerd. Wat een spectaculair gebeuren zal dat worden! Al die hoogwaardigheidsbekleders en buitenlandse gasten die samenkomen rondom de eedaflegging! Tijdens de rijtoer zal hij door het volk worden toegejuicht. Wat een feest zal dat zijn!

Hemelvaartsdag is precies zo’n dag. De dag van de kroning van Jezus Christus. De dag dat Christus ten hemel voer om het koningschap op zich te nemen.

Met Pasen was Hij opgestaan en daarmee bewees Hij dat Hij had overwonnen, dat Hij – zoals het in Hebreeën 1 staat – de reiniging van de zonden had voltrokken. Na veertig dagen keerde Hij zegevierend terug naar de hemel en nam daar plaats op de troon. Wat een geweldig gebeuren moet dat zijn geweest. Al die engelenscharen en al die heiligen die neerknielden voor de nieuwe koning. Wat een gejuich en wat een spreekkoren zullen er geklonken hebben. Want de Zoon van God nam plaats op de troon!

En wij, hier op aarde, mogen dat feest ieder jaar meevieren. Met Hemelvaartsdag mag de vlag uit: voor Christus, onze Koning!

dinsdag 1 mei 2012

De liefde …


Zij kwetst niemands gevoel,
zij zoekt zichzelf niet,
zij wordt niet verbitterd,
zij rekent het kwade niet toe.

1 Korinthiërs 13:5 (NBV)

Liefde: het mooiste en moeilijkste onderwerp in de Bijbel!

Het mooiste, want we hebben wel door dat zonder liefde er geen menswaardig leven mogelijk is. Zonder liefde wordt de samenleving tot een jungle, waar iedereen ‘op scherp’ staat en waar het recht van de sterkste geldt. Zonder liefde worden onze gezinnen tot lege omhulsels, waarin man en vrouw opstaan tegen elkaar, ouders en kinderen elkaar het leven zuur maken.

Zonder liefde is de gemeente een verzameling mensen die – oppervlakkig gezien – samen op weg zijn naar Gods toekomst, maar in feite ieder op eigen houtje op reis zijn. Het lijkt om een file tijdens de vakantie: auto’s die weliswaar dezelfde kant op rijden, maar ieder op zichzelf en elkaar in de weg zittend. Op zoek naar eigen ‘ruimte’, eventueel ten koste van de anderen.

In het dertiende hoofdstuk van de eerste brief aan de Korinthiërs wordt een alternatief geboden, een nieuwe levensstijl met als kernwoord: liefde. Liefde als bewuste keuze, als wapen tegen wat hierboven beschreven staat. Liefde die maakt dat je bewust kiest om zorgvuldig om te gaan met de gevoelens van de ander. Die tegenover egoïsme de daad stelt om niet enkel zichzelf te zoeken, maar ook te letten op het belang van de medemens. Liefde die je in staat stelt om te blijven weigeren kwaad met kwaad te vergelden. Liefde die het kwade niet toerekent en die niet verbitterd zelf afhaakt.

Liefde: het mooiste en moeilijkste onderwerp in de Bijbel! Het moeilijkste, want die liefde kunnen we uit onszelf niet opbrengen. Gelukkig is die liefde wel verkrijgbaar op het Hoogste Adres: bij Christus zelf.