maandag 5 oktober 2015

Een persoonlijke Trainer

Krachteloosheid - nieuwe kracht
Moedeloosheid - moed
Machteloosheid - macht in overvloed

In onze tijd wordt er veel aandacht besteed aan onze conditie. Sportscholen, therapeuten en coaches staan klaar om te helpen om onze conditie te verbeteren of te bewaren, en om onze vermoeidheid door alle drukke bezigheden te bestrijden.

In de laatste verzen van Jesaja 40 wordt dit probleem al aan de orde gesteld dat ons als moderne mens wel aanspreekt: het probleem van de moeheid en de daar uit voortvloeiende moedeloosheid.

De luisteraars in Jesaja worden beschreven als mensen die zuchten en klagen: we moeten het allemaal zelf doen, de Heer luistert niet, God helpt niet. Zo vergaat het ons ook vaak. Het wordt ons te veel.

Maar dan komt Jesaja met een troostvolle boodschap daar tegenin.

Allereerst herinnert hij ons er aan hoe God is: God is eeuwig en Hij is Schepper. Hij wordt niet moe en Hij raakt niet uitgeput. Al is er veel moeheid in ons aardse dagelijks leven, op God heeft dit geen negatief effect. Hij onderhoudt zijn schepping en zijn schepselen. Hij wordt niet moe, mat en moedeloos. Hij geeft niet op. Hij blijft erbij.

En - Gode zij dank - Hij gaat nog verder: Hij deelt zijn krachten met ons! In vers 29 staat, dat Hij de vermoeiden kracht geeft en de machtelozen macht in overvloed. Dus geen halfzachte beloften, maar concrete toezeggingen.

Als je om je heen kijkt, zie je dat veel mensen door het leven heen sloffen en dat zelfs helden struikelen. Er lijkt geen uitweg uit de vicieuze cirkel waarin we zijn beland.

Maar gelukkig is er wel een remedie: wie op de Heer hopen, krijgen nieuwe kracht. De Heer wil je persoonlijke trainer zijn. Geef de moed niet op, Hij kan en wil je mentale conditie opvijzelen en je lichamelijke krachten versterken. Vertrouw op Hem.

woensdag 1 juli 2015

Vakantie

Hij reisde zijn weg vol vreugde.
                                  Handelingen 8:39

Ik ga op reis en neem mee … Ja, wat zullen we allemaal weer meenemen? Een paspoort, autopapieren, reisverzekering, een mobiel, geld, snoep, levensmiddelen en zo kunnen we nog een hele tijd doorgaan. Want we gaan op reis en we willen niets tekort komen.

Een Ethiopiër was ook op reis. Nee, niet zo maar op vakantie, hij was op reis naar Jeruzalem. Eerlijk gezegd, hij was al op de terugweg. Hij had Jeruzalem doorkruist, van een afstand de tempel gezien - hij mocht als eunuch de tempel niet in - en had een kostbaar souvenir gekocht. Hij had een handgeschreven boekrol van Jesaja gekocht en zat daar nu in te lezen. Als gids kreeg hij Filippus toegewezen, die hem, uitgaande van het Bijbelvers dat de Ethiopiër zat te lezen, vertelde over Jezus: over Zijn leven en lijden en sterven en opstanding.

Na gedoopt te zijn, vervolgde hij zijn weg vol vreugde.

Wat zou het geweldig zijn als we zo'n vakantie-ervaring kregen.

En het kan nog altijd, want Jezus is nog steeds dezelfde en het evangelie is nog steeds hetzelfde.

Daarom dit advies: ga op reis en neem mee: een BIJBEL ...
... en reis je weg met vreugde.

vrijdag 5 juni 2015

Waar komt mijn hulp vandaan?

Ik sla mijn ogen op naar de bergen,
waar komt mijn hulp vandaan?
                                                 Psalm 121

Soms wordt het donker om je heen: je ziet het niet meer zitten. Alles lijkt je bij de handen af te breken. Het zit al tijden tegen op je werk. Of in je gezin loopt het allemaal niet soepel. Mensen om je heen vallen tegen. God valt tegen!

Het lijkt wel of er bergen problemen op je afkomen. En welke kant je ook opkijkt, het is en blijft donker om je heen.

En ook bij ons komt de vraag op: waar komt mijn hulp vandaan? We roepen HELP!! HELP mij, vader of moeder, broer of zus! Help mij, dokter of dominee!

Gelukkig zijn er veel situaties waar de roep om hulp gehoord wordt. Mensen die dicht genoeg bij je zijn om je hulpkreet op te vangen en erop te reageren. Maar soms ook niet. De situatie lijkt uitzichtloos.

Dat ondervond de psalmdichter ook vele malen in zijn leven. Mensen konden hem niet helpen en dan schreeuwde hij het uit naar God: HELP!

Hij wist, dat hij bij Hem uiteindelijk zijn hulp en troost zou vinden en daarom vervolgt hij met 'mijn hulp is van de Heer' en verder in de psalm 'de Heer waakt over je leven'.

Deze belofte is dezelfde als waarmee de Heer Jezus afscheid neemt van zijn volgelingen, beschreven in Mattheus 28:20. Jezus zegt daar: '... en houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld'.

Als wij het niet meer zien zitten, mogen we ook tot God roepen: HELP! En in vertrouwen samen met Hem zoeken naar een oplossing, hoe moeilijk ook.

Dan zijn wij niet meer alleen en voelen we ons vertroost, want onder Zijn bescherming zullen we toch een begaanbare weg vinden. God zij dank.

maandag 26 januari 2015

De liefde rekent het kwaad niet aan

De liefde ... rekent het kwaad niet aan. (1 Korinthiërs 13:8)

De liefde. Een versleten onderwerp. Te midden van alle oorlogsgeweld en terroristische aanslagen. We leven in een wereld vol dreiging en geweld. Geweld, dat heel gemakkelijk onze kant op kan komen. Niemand voelt zich meer veilig, iedereen kijkt angstig om zich heen en degenen die terugschreeuwen, krijgen de meeste aanhang.

De roep om meer bewapening voor de politie en om inzet van het leger is tekenend voor de situatie waarin we verkeren. Als we niet oppassen komen we in een geweldsspiraal terecht. Protest roept tegenprotest op. Actie veroorzaakt reactie. Geweld roept geweld op.

En wat hebben wij, christenen, in deze situatie te bieden? Wat heb ik, persoonlijk, te bieden? Eigenlijk alleen dit: de LIEFDE, die het kwaad niet aanrekent. Alleen liefde doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt. Alleen de liefde is in staat om vastgelopen relaties 'vlot te trekken'. Het is de enige manier om mensen weer in vrede te laten samenleven.

Slap gepraat?? Het is de weg die Jezus wees. Nee, de weg die Hij ten einde toe ging tot de dood aan het kruis.

Die liefde mag ons uitgangspunt zijn in persoonlijke relaties, maar ook in ons deelnemen in de samenleving. Moge God ons de moed geven om vredestichters te zijn in onze omgeving.

dinsdag 21 oktober 2014

Een groot wonder

U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.


Psalm 139:4-5

Het is nu zo'n drie maanden geleden dat Jonatan en Manuel werden geboren. Twee kleinzoons! Wat een rijkdom, wat een zegen. De woorden van Psalm 139 kwamen direct bij me boven. Twee mensenkinderen zorgvuldig geweven in de moederschoot. De nieren gevormd: liefdevol geboetseerd. Als je die teentjes en die vingertjes ziet: allemaal verschillend, maar op de een of andere manier toch een eenheid vormend.

Wat kun je anders doen dan mee gaan zingen met de psalmist: Ik loof U voor het ontzagwekkende wonder van hun bestaan.

Boetseren en weven: twee kunstuitingen, twee omschrijvingen van wat God doet en vooral ook van hoe Hij het doet: zorgzaam en teder staat God aan het levensbegin van Manuel en Jonatan ... en staat Hij aan het begin van ieder mensenkind ...

Maar als Hij zo betrokken is op de schepping van ieder mens, dan geldt dat natuurlijk ook voor het vervolg. Ieder mens is kostbaar in Gods ogen en met grote interesse volgt Hij het wel en wee van ons mensen.

Ja, tot in het diepst van mijn ziel weet ik het: God houdt van ieder mens. Ook van jou en van mij.

In dit vertrouwen op een God die zijn schepping liefheeft, gaan we steeds een nieuwe dag in, ons leven vervolgend. Gods zegen gewenst.

dinsdag 2 september 2014

Barstjes in de rots

Hij verandert de rots in een bron,
hard gesteente in een stroom van water.
Psalm 114:8

'Hoe gaat het?' is een veel gestelde vraag in de koffiekamer van de kerk (en in andere 'wandelgangen') en het antwoord luidt meestal: 'O, wel goed'. En na enkele opmerkingen over de koffie en het weer vervolgen we onze weg.

En dat is logisch, want de situatie leent zich niet voor meer inhoudelijk ingaan op hoe het werkelijk met je gaat. Maar stel je nu eens voor, dat je wel eens zou zeggen wat je denkt en voelt en dat je er eens uit kon gooien wat je dwars zit. Dat je baalt van het feit dat je geen baan hebt en het er ook niet naar uitziet dat daar spoedig verandering in komt. Of dat je langdurig ziek bent en geen uitzicht hebt op herstel. Of dat je thuis zorgen hebt, die niet over lijken te gaan. Of ... nee laat ook maar, de lijst kan eindeloos lang zijn. De omstandigheden lijken wel van graniet; er is geen beweging in te krijgen.

Hoe moeten we daar dan op reageren? Dooddoeners in de trant van 'kop op' en 'na regen komt zonneschijn' lijken niet echt te helpen. Heel wat beter lijkt het bieden van een luisterend oor, zodat de ander even zijn hart kan luchten. 

Voorzichtig terugkijken
De Bijbel geeft ons nog een mogelijkheid: heel voorzichtig samen terugkijken naar wat de Heer gedaan heeft in het verleden. De uitkomst die Hij geboden heeft in schijnbaar even uitzichtloze omstandigheden als waarin we nu zitten. Psalm 114 is daar een voorbeeld van. Hij doet ons terugdenken aan de uittocht van Egypte. Daar liep het volk Israël vast op de Rode Zee, terwijl het leger van Egypte achter hen aan zat. Ze konden geen kant op. Maar God greep in, de Rode Zee trok zich terug, zodat er een pad ontstond waarover het volk veilig naar de overkant kon komen.

En later, aan het einde van de tocht door de woestijn, gebeurde hetzelfde met de Jordaan: er ontstond een doorgang door de Jordaan tegen alle verwachting in. En hoe kwamen deze wonderen tot stand? Door de Here die zich ermee bemoeide.

Ingrijpend handelen van God
God bemoeit zich met mensen en met hun leven. En waar Hij zich bemoeit, verandert de situatie: Hij verandert de rots in een bron, hard gesteente in een stroom van water. Onvoorstelbaar! Het meest doodse materiaal, een rots, wordt door Hem veranderd in een levende stroom water. Waar je uit kunt drinken en je dorst kunt lessen, waarin je je kunt wassen en schoon kunt worden.

We mogen hoop putten uit de lessen uit het verleden en uitzien naar het ingrijpend handelen van God.

Worden er al barstjes zichtbaar in uw rots? Ik wens het u allen toe!

dinsdag 1 juli 2014

Ik ga op reis en ik neem mee ...

Ik ga op reis en ik neem mee ... een  doosje pleisters ... een flesje energiedrank ... een mobieltje ... een ... uhh ...

Ja, de vakanties komen er weer aan. De gemeente valt weer uiteen in vele delen. En al die delen gaan zelfstandig hun weg door Nederland, door Europa en misschien nog wel verder. En allemaal zullen we nieuwe mensen tegenkomen. Mensen met hun eigen gewoonten, hun eigen taal, hun eigen geschiedenis. Hoe zullen we deze nieuwe, nog onbekende mensen tegemoet treden?

Dat zal verschillen van persoon tot persoon. De meeste contacten zullen zo oppervlakkig zijn dat er nauwelijks sprake kan zijn persoonlijk contact. We vliegen  letterlijk of figuurlijk aan elkaar voorbij. Andere contacten zullen zich beperken tot een  hallo of goedendag of tot een kort praatje, bijvoorbeeld tijdens de afwas op een camping.

Maar zo nu en dan is er echt een dieper contact, is er sprake van een ontmoeting van hart tot hart. Iemand die dichtbij komt, die je helpt met het oplossen van een probleem of die tussen al die duizenden vakantiegangers toch alleen is en een luisterend oor nodig heeft. Of die samen met u een gezamenlijke belevenis heeft.

In Lucas 10 kom ik ook zulke verschillende contacten tegen. Er is sprake van een reiziger met een pijnlijke belevenis. Hij was op reis, maar is door een groep struikrovers overvallen. Hij ligt zwaargewond op de grond. Er komen medereizigers voorbij. Allereerst een bijbelgeleerde, een priester. Hij ziet de gewonde reiziger liggen, maar maakt geen nauwer contact: hij gaat er met een boog om heen. Een tweede reiziger doet hetzelfde en gaat aan de overzijde voorbij. Een derde reiziger ziet hem ook liggen, maar hij raakt bewogen met de overvallen reiziger: hij gaat naar hem toe, verbindt zijn wonden, zet de man op zijn eigen ezel en brengt hem naar een herberg. Hij stelt zich financieel garant voor de onkosten van de verpleging.

Vragen:
1. Welke reiziger  kreeg de vuilste handen?
2. Welke reiziger was netjes op tijd thuis?
3. Wie had thuis het meest interessante verhaal?
4. Met wie ontstond er werkelijk contact?

Het zou goed zijn om met een open oog, maar meer nog met een open hart op reis te gaan.
Dan loop je het risico dat het allemaal wat anders loopt dan je gepland had, maar ook dat je iemand zal ontmoeten die 'gaandeweg' blijkt je naaste te zijn.

Ik ga op reis en neem mee: een pakje pleisters … een flesje energiedrank ... een mobieltje
... uhh ... o ja een BIJBEL!

Een goede reis.