Ik ga op reis en ik neem mee ... een doosje pleisters ... een flesje energiedrank ... een mobieltje ... een ... uhh ...
Ja, de vakanties komen er weer aan. De gemeente valt weer uiteen in vele delen. En al die delen gaan zelfstandig hun weg door Nederland, door Europa en misschien nog wel verder. En allemaal zullen we nieuwe mensen tegenkomen. Mensen met hun eigen gewoonten, hun eigen taal, hun eigen geschiedenis. Hoe zullen we deze nieuwe, nog onbekende mensen tegemoet treden?
Dat zal verschillen van persoon tot persoon. De meeste contacten zullen zo oppervlakkig zijn dat er nauwelijks sprake kan zijn persoonlijk contact. We vliegen letterlijk of figuurlijk aan elkaar voorbij. Andere contacten zullen zich beperken tot een hallo of goedendag of tot een kort praatje, bijvoorbeeld tijdens de afwas op een camping.
Maar zo nu en dan is er echt een dieper contact, is er sprake van een ontmoeting van hart tot hart. Iemand die dichtbij komt, die je helpt met het oplossen van een probleem of die tussen al die duizenden vakantiegangers toch alleen is en een luisterend oor nodig heeft. Of die samen met u een gezamenlijke belevenis heeft.
In Lucas 10 kom ik ook zulke verschillende contacten tegen. Er is sprake van een reiziger met een pijnlijke belevenis. Hij was op reis, maar is door een groep struikrovers overvallen. Hij ligt zwaargewond op de grond. Er komen medereizigers voorbij. Allereerst een bijbelgeleerde, een priester. Hij ziet de gewonde reiziger liggen, maar maakt geen nauwer contact: hij gaat er met een boog om heen. Een tweede reiziger doet hetzelfde en gaat aan de overzijde voorbij. Een derde reiziger ziet hem ook liggen, maar hij raakt bewogen met de overvallen reiziger: hij gaat naar hem toe, verbindt zijn wonden, zet de man op zijn eigen ezel en brengt hem naar een herberg. Hij stelt zich financieel garant voor de onkosten van de verpleging.
Vragen:
1. Welke reiziger kreeg de vuilste handen?
2. Welke reiziger was netjes op tijd thuis?
3. Wie had thuis het meest interessante verhaal?
4. Met wie ontstond er werkelijk contact?
Het zou goed zijn om met een open oog, maar meer nog met een open hart op reis te gaan.
Dan loop je het risico dat het allemaal wat anders loopt dan je gepland had, maar ook dat je iemand zal ontmoeten die 'gaandeweg' blijkt je naaste te zijn.
Ik ga op reis en neem mee: een pakje pleisters … een flesje energiedrank ... een mobieltje
... uhh ... o ja een BIJBEL!
Een goede reis.
dinsdag 1 juli 2014
woensdag 5 februari 2014
Pas op: overstekend wild!
Bovenstaand verkeersbord, een driehoekig bord met een springend hert, kom je nogal eens tegen op de Veluwe of in andere natuurgebieden. Het waarschuwt de automobilist om voorzichtiger te rijden en goed uit te kijken. Ik moet bekennen dat ik me weinig of niets aantrek van dit soort borden, aangezien ik nog nooit zo'n wild dier ben tegengekomen onderweg.
Er staat echter een tekst in de Bijbel die erg doet denken aan bovengenoemd bord! Deze staat in 1 Petrus 5:8:
Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.
Dat is een waarschuwing van een heel ander kaliber. Het is het verschil tussen een dagje 'Hoge Veluwe' en een echte safari in Afrika. Toch heb ik soms het gevoel, dat we als christenen met de duivel omgaan als was hij een speels hertje, dat we niet helemaal serieus nemen (of als Clarence, de loensende leeuw uit de tv-serie Daktari).
Maar, LET OP: de duivel wordt hier vergeleken met een leeuw die op zoek is naar prooi. Hij heeft honger en is op jacht. Zo'n leeuw moet je wel serieus nemen. Het is een gevaarlijke vijand die heel wat leed veroorzaakt.
De Bijbel roept ons op om weerstand te bieden aan deze gevaarlijke macht. Gelukkig komt God ons in die strijd tegen de duivel te hulp. In 1 Petrus 5:10 staat:
God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.
In die kracht gaan we op pad, maar.... PAS OP.
Er staat echter een tekst in de Bijbel die erg doet denken aan bovengenoemd bord! Deze staat in 1 Petrus 5:8:
Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.
Dat is een waarschuwing van een heel ander kaliber. Het is het verschil tussen een dagje 'Hoge Veluwe' en een echte safari in Afrika. Toch heb ik soms het gevoel, dat we als christenen met de duivel omgaan als was hij een speels hertje, dat we niet helemaal serieus nemen (of als Clarence, de loensende leeuw uit de tv-serie Daktari).
Maar, LET OP: de duivel wordt hier vergeleken met een leeuw die op zoek is naar prooi. Hij heeft honger en is op jacht. Zo'n leeuw moet je wel serieus nemen. Het is een gevaarlijke vijand die heel wat leed veroorzaakt.
De Bijbel roept ons op om weerstand te bieden aan deze gevaarlijke macht. Gelukkig komt God ons in die strijd tegen de duivel te hulp. In 1 Petrus 5:10 staat:
God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.
In die kracht gaan we op pad, maar.... PAS OP.
dinsdag 4 juni 2013
Bidden en danken
Wees over niets bezorgd,
maar vraag God wat u nodig hebt
en dank hem in al uw gebeden.
Dan zal de vrede van God,
die alle verstand te boven gaat,
uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.
Filippenzen 4:6 en 7
Uw hart en gedachten bewaren, wat een vreemde uitdrukking eigenlijk. Als je die zin een paar keer achter elkaar leest, dan borrelen er allerlei vragen bij je op. Vragen zoals:
- hoe kun je harten en gedachten bewaren?
- kun je ze ook kwijtraken en waaraan dan?
O ja, je hart verliezen, dat zeg je als je verliefd bent, maar dat wordt hier niet bedoeld. Er staat in het Grieks een woord dat 'goed houden, conserveren' betekent. Je hart en je gedachten kunnen dus aan slijtage of verval onderhevig zijn. En dat kom je in het leven ook wel tegen: verbittering en achterdocht, negativiteit en egoïsme, die zo structureel zijn dat ze je van binnen ziek maken. En je komt ze tegen: de mensen die hun harten zo verhard hebben, dat ze hun omgeving geestelijk vervuilen. Ze vergallen de levens van henzelf en van hun naasten door hun houding, door hun zwijgen en door hun spreken.
Om deze geestelijke vervuiling tegen te gaan, moeten je hart en je gedachten bewaard worden in Christus Jezus. Om in dit leven gezond van hart en denken te blijven, moet je je laten conserveren door de vrede van God. Alleen zo kun je geestelijk gezond blijven. En voor dat conserveren is een eenvoudig recept: bidden en danken! Bidden voor dat wat we nodig hebben en danken voor dat wat Hij voor je doet en gedaan heeft.
Bidden en danken maken dat je gericht blijft op de bron van het leven en voorkomt dat je hart en gedachten worden aangetast door de verzuring die in onze samenleving aan de orde van de dag is. Om geestelijk te kunnen overleven, moeten we ons richten op God en dan zal Hij ons vervullen met Zijn vrede.
Bid en dank!
maar vraag God wat u nodig hebt
en dank hem in al uw gebeden.
Dan zal de vrede van God,
die alle verstand te boven gaat,
uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.
Filippenzen 4:6 en 7
Uw hart en gedachten bewaren, wat een vreemde uitdrukking eigenlijk. Als je die zin een paar keer achter elkaar leest, dan borrelen er allerlei vragen bij je op. Vragen zoals:
- hoe kun je harten en gedachten bewaren?
- kun je ze ook kwijtraken en waaraan dan?
O ja, je hart verliezen, dat zeg je als je verliefd bent, maar dat wordt hier niet bedoeld. Er staat in het Grieks een woord dat 'goed houden, conserveren' betekent. Je hart en je gedachten kunnen dus aan slijtage of verval onderhevig zijn. En dat kom je in het leven ook wel tegen: verbittering en achterdocht, negativiteit en egoïsme, die zo structureel zijn dat ze je van binnen ziek maken. En je komt ze tegen: de mensen die hun harten zo verhard hebben, dat ze hun omgeving geestelijk vervuilen. Ze vergallen de levens van henzelf en van hun naasten door hun houding, door hun zwijgen en door hun spreken.
Om deze geestelijke vervuiling tegen te gaan, moeten je hart en je gedachten bewaard worden in Christus Jezus. Om in dit leven gezond van hart en denken te blijven, moet je je laten conserveren door de vrede van God. Alleen zo kun je geestelijk gezond blijven. En voor dat conserveren is een eenvoudig recept: bidden en danken! Bidden voor dat wat we nodig hebben en danken voor dat wat Hij voor je doet en gedaan heeft.
Bidden en danken maken dat je gericht blijft op de bron van het leven en voorkomt dat je hart en gedachten worden aangetast door de verzuring die in onze samenleving aan de orde van de dag is. Om geestelijk te kunnen overleven, moeten we ons richten op God en dan zal Hij ons vervullen met Zijn vrede.
Bid en dank!
vrijdag 17 mei 2013
Pinksteren
Gods Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. (Romeinen 8:16 NBG)
Een geluid als van een geweldige windvlaag,
een huis vol Geest,
tongen als van vuur,
mensen vol Geest.
Mannen en vrouwen raken vol Heilige Geest
en waar het hart vol van is,
daar loopt de mond van over.
Onze geest wordt aangestoken door een vuur:
Gods Geest getuigt ons van de Zoon van de Vader,
van Jezus, mensenzoon,
van Jezus, Zoon van God,
van Jezus, opgestaan uit de dood!
Gods Geest overtuigt ons: jij,
ja, jij bent een kind van God!
Zeg maar 'Abba' tegen God,
zeg maar 'Papa' tegen de Vader.
En dan? Dan getuigt Gods Geest
met onze geest: wij,
ja, wij zijn kinderen van God!
Aan mensen die niet durven geloven
in God, die we Papa mogen noemen,
in Jezus, die onze dood liet sterven,
in de Geest, die ons troost.
Geloof het: dan ben jij,
ja jij, een kind van God!
Een geluid als van een geweldige windvlaag,
een huis vol Geest,
tongen als van vuur,
mensen vol Geest.
Mannen en vrouwen raken vol Heilige Geest
en waar het hart vol van is,
daar loopt de mond van over.
Onze geest wordt aangestoken door een vuur:
Gods Geest getuigt ons van de Zoon van de Vader,
van Jezus, mensenzoon,
van Jezus, Zoon van God,
van Jezus, opgestaan uit de dood!
Gods Geest overtuigt ons: jij,
ja, jij bent een kind van God!
Zeg maar 'Abba' tegen God,
zeg maar 'Papa' tegen de Vader.
En dan? Dan getuigt Gods Geest
met onze geest: wij,
ja, wij zijn kinderen van God!
Aan mensen die niet durven geloven
in God, die we Papa mogen noemen,
in Jezus, die onze dood liet sterven,
in de Geest, die ons troost.
Geloof het: dan ben jij,
ja jij, een kind van God!
dinsdag 7 mei 2013
Tussen Pasen en Pinksteren
... maar als Ik weg ben, zal Ik de Heilige Geest naar jullie zenden ... (naar: Johannes 16:7b NBV).
Wat een heerlijk feest, Pasen! De dood is overwonnen: de Heer is waarlijk opgestaan. Na het lijden de overwinning!
Wat zal er een blijdschap zijn geweest, toen de leerlingen hun Heer weer in hun midden hadden. Maar wat jammer dat die ontmoetingen telkens weer eindigden. Na de vreugde toch ook steeds de teleurstelling van het afscheid.
En na veertig dagen is het afscheid helemaal definitief: met Hemelvaart gaat de Heer terug naar de hemel en zijn leerlingen blijven achter.
Het feest was mooi, maar de volgende dag, de volgende week ... alles weer gewoon, de blijdschap verdwijnt. Het was net een droom, een mooie droom, maar als je wakker wordt ...
NEE, zegt Jezus. Pasen is geen droom die voorbij gaat, maar een permanent feest: de Opgestane Heer zendt zijn Geest om in ons te wonen. Niet voor even, maar voor altijd. Dat is de enige reden voor zijn vertrek, om die korte ontmoetingen in te ruilen voor een permanente inwoning in ons. En zo is Hij altijd bij ons, om ons te leren, te leiden, te troosten, kracht te geven ...
Voor wie dat dóór heeft, is het iedere dag Pasen: leven in de nabijheid van de Opgestane Heer.
Wat een heerlijk feest, Pasen! De dood is overwonnen: de Heer is waarlijk opgestaan. Na het lijden de overwinning!
Wat zal er een blijdschap zijn geweest, toen de leerlingen hun Heer weer in hun midden hadden. Maar wat jammer dat die ontmoetingen telkens weer eindigden. Na de vreugde toch ook steeds de teleurstelling van het afscheid.
En na veertig dagen is het afscheid helemaal definitief: met Hemelvaart gaat de Heer terug naar de hemel en zijn leerlingen blijven achter.
Het feest was mooi, maar de volgende dag, de volgende week ... alles weer gewoon, de blijdschap verdwijnt. Het was net een droom, een mooie droom, maar als je wakker wordt ...
NEE, zegt Jezus. Pasen is geen droom die voorbij gaat, maar een permanent feest: de Opgestane Heer zendt zijn Geest om in ons te wonen. Niet voor even, maar voor altijd. Dat is de enige reden voor zijn vertrek, om die korte ontmoetingen in te ruilen voor een permanente inwoning in ons. En zo is Hij altijd bij ons, om ons te leren, te leiden, te troosten, kracht te geven ...
Voor wie dat dóór heeft, is het iedere dag Pasen: leven in de nabijheid van de Opgestane Heer.
Labels:
Hemelvaart,
Johannes 16,
pasen,
Pinksteren
Locatie:
Arnhem, Nederland
dinsdag 5 maart 2013
Sterkte!
Toen begaf Jonatan, de zoon van Saul, zich op weg en ging naar David in Choresa. Hij versterkte zijn vertrouwen op God. - 1 Samuël 23:16. (NBG)
David en Jonatan. Twee echte vrienden. Twee mannen die
elkaar trouw blijven ondanks alles. Die hun vriendschap niet ontlenen aan een
gemeenschappelijk belang, maar aan een gemeenschappelijk geloof. Als Jonatan
David opzoekt terwijl deze voor Saul de woestijn in is gevlucht, wenst Jonatan
David sterkte. Niet op een goedkope manier. Kennelijk op zodanige wijze, dat
David daar weer een tijdje op verder kan. Pastoraat, herderlijke zorg aan de
herder, aan de Gezalfde des Heren. Een voorbeeld voor in de gemeente!
David en Jonatan
Een bijzondere vriendschap. David: de zoon van Isaï, een
landbouwer uit Bethlehem. Jonatan: zoon van Saul, de eerste koning van Israël. David:
herder en musicus, ‘toevallig’ ontdekt als krijgsheld, als vechter. Jonatan:
kroonprins, volgens de verwachting de toekomstige koning. Geoefend in het
krijgsvak. David: door God, via Samuël aangewezen als opvolger van Saul.
Wat bindt deze twee mannen samen? Niet een
gemeenschappelijke achtergrond en niet een gezamenlijk doel. In tegendeel! Ze
zijn afkomstig uit twee heel verschillende stammen van Israël. En hun toekomst
bergt een groot conflict in zich. De kroonprins en de toekomstige koning kunnen
niet anders dan met zorg toeleven naar een toekomst waarin hun belangen zullen
botsen, ja waar voor een van beiden geen plaats zal zijn.
David en Jonatan zijn zich hiervan terdege bewust. David zal
koning worden en voor Jonatan en zijn familie zal nauwelijks plaats zijn (zie 1
Samuël 20:12-17). Trouwens, ook koning Saul weet dat David zijn opvolger zal
zijn (zie 1 Samuël 24:17-23). Saul vecht tegen deze situatie met al wat in hem is. Zijn
streven is het om de toekomst naar zijn hand te zetten door David te doden. Wat
zou er logischer zijn dan dat hij zijn zoon Jonatan aan zijn zijde vond in dat
streven. Maar Jonatan en David blijven vrienden. Wat bindt hen? Hun
gemeenschappelijke geloof in de God van Israël! Het zijn twee broeders in het
geloof, die elkaar ondanks alles vasthouden en elkaar aanspreken in de Naam van
God.
Sterkte!
Je zint in de put. Je ziet het niet meer zitten. Je hebt het
gevoel dat je niet verder kunt. Dat je leven niet meer te leven valt. Of dat
iedereen tegen je is. Dan opeens een hand op je schouder, een bezoekje bij je
in het ziekenhuis. Eén woord soms maar: sterkte …
Zo moet David het bezoek van Jonatan hebben ervaren toen
deze hem opzocht in de woestijn van Zif. Terwijl hij letterlijk en figuurlijk
in het nauw zit, komt daar Jonatan aanzetten. Na een dagenlange tocht vanuit
het paleis van zijn vader, die David naar het leven staat. Jonatan heeft
begrepen dat David aan het eind van zijn latijn is. Daarom zoekt hij hem op,
ondanks de risico’s en redenen om het niet te doen. Hij zoekt David op in de
woestijn van Choresa en, zo lezen we in vers 16 van 1 Samuël 23: Hij versterkte
Davids vertrouwen op God!
Sterkte! Een woord en een gebaar worden ervaren als een
boodschapper uit de hemel. Zo werkt dat bij David, zo werkt het bij ons. Als
een mens medemens blijkt te zijn in de woestijn van het leven en namens God een
woord spreekt en een gebaar maakt. In het komen en spreken van Jonatan vanuit
zijn geloof in de levende God wordt voor mij het wezenlijke van de herderlijke
zorg zichtbaar.
Pastoraat aan de
pastor
Pastoraat (=herderlijke zorg) aan David, de vroegere herder
van de schapen van zijn vader en de toekomstige herder van het volk van God.
Deze herderlijke zorg wordt verleend door een kroonprins, door een militair.
Kennelijk is het ‘versterken van ons vertrouwen op God’ geen specialisme, geen professionele
handeling.
In veel gemeenten is het mogelijk een voorganger vrij te
stellen die, naast de evangelieverkondiging, de zorg aan broeders en zusters
die een ‘woestijnperiode’ beleven, is toevertrouwd. Toch is hiermee het
pastoraat ons niet uit handen genomen. Wij allen mogen als Jonatan bij de ander
komen om – namens God – een hand toe te steken en een bemoedigend woord te
spreken. Eventueel ook aan onze pastor, want ook hij kent woestijnperioden.
Het vertrouwen op God
versterken
Hoe kunt je iemand vertrouwen op God versterken? Lang niet
altijd kun je de situatie veranderen, waarin de ander verkeert. Alhoewel … er
zijn talrijke voorbeelden van hulp die ervaren is als een geschenk uit de
hemel. Dat varieert van een opvang van de kinderen in een tijd waarin het de
ouders ‘boven het hoofd groeit’ tot het zoeken van werk voor een langdurig
werkloze jongere. Het kan bestaan uit het voorlezen van een goed boek voor een
slechtziende oudere, maar ook het een weg wijzen aan iemand die verdwaald is in
het doolhof van officiële instanties. Maar meestal beperkt het zich tot een
meelevend komen tot de ander. Het laat merken: ik begrijp iets van wat je
meemaakt en … ik geloof dat God er is en er zal zijn, ook voor jou. En ik bid
je toe dat je dat zult ontdekken en ervaren.
Kleine daden, weinig woorden, maar soms een wereld van
verschil, een verschil van dag en nacht, omdat ze de hemel dichterbij brengen.
Labels:
1 Samuel 23,
David,
herderlijke zorg,
Jonatan,
pastoraat,
sterkte,
woestijn,
woestijnperiode
Locatie:
Arnhem, Nederland
maandag 3 december 2012
Advent
Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken de bruidegom tegemoet. – Mattheüs 25: 1 (NBV)
De adventstijd is weer begonnen. We leven in afwachting, we bereiden ons voor. Maar waarop?
In de eerste plaats op het komende kerstfeest: We denken na over wat het Christusfeest voor ons betekent. We bereiden ons op allerlei manieren voor om de geboorte van Jezus te vieren. Dat is de eerste betekenis van advent.
Maar daaruit volgend en daarboven uitstijgend is advent de tijd van de verwachting van de wederkomst van Christus. We bereiden ons voor om de Bruidegom te kunnen verwelkomen. Vanuit het bijbelgedeelte van Mattheüs 25, de gelijkenis van de vijf dwaze en de vijf wijze meisjes, wil ik een paar gedachten kwijt.
1. Advent vieren doe je SAMEN. De tien meisjes trokken er samen op uit. In deze donkere wereld red je het alleen niet, het is te gevaarlijk. Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi (1 Petrus 5:8).
2. De olie in de lampen kan opraken. De komst van de bruidegom laat op zich wachten. Daarom moet er reserveolie worden meegenomen. Geestelijke reserves, zou ik ze willen noemen, reserves om de adventstijd door te komen, om het wachten vol te houden. Geestelijke reserves die worden gevormd door allerlei verschillende activiteiten in de gemeente: door prediking, door getuigenissen, door zang en muziek, door bijbelstudie en gebed …
3. De komst van de bruidegom laat op zich wachten. Alle tien meisjes vallen in slaap. De gemeente van Christus staat niet altijd op haar post. Toch weerhoudt dat de Bruidegom niet om te komen. En de meisjes met de reserveolie zijn er klaar voor: Hoera, de bruidegom komt eraan!!
4. PS De gemeente van de toekomst zie ik elke zondagmorgen langs mij heen komen/rennen: een grote schare kinderen op weg naar de zondagsschool om geestelijke reserves op te bouwen onder leiding van een groot aantal leiders en leidsters. Wat een rijkdom: dat zoveel mensen van jongere generaties worden toegerust om de Bruidegom op te wachten en te zijner tijd Hem tegemoet te gaan.
In wens u allen – oud en jong samen – een goede wacht.
De adventstijd is weer begonnen. We leven in afwachting, we bereiden ons voor. Maar waarop?
In de eerste plaats op het komende kerstfeest: We denken na over wat het Christusfeest voor ons betekent. We bereiden ons op allerlei manieren voor om de geboorte van Jezus te vieren. Dat is de eerste betekenis van advent.
Maar daaruit volgend en daarboven uitstijgend is advent de tijd van de verwachting van de wederkomst van Christus. We bereiden ons voor om de Bruidegom te kunnen verwelkomen. Vanuit het bijbelgedeelte van Mattheüs 25, de gelijkenis van de vijf dwaze en de vijf wijze meisjes, wil ik een paar gedachten kwijt.
1. Advent vieren doe je SAMEN. De tien meisjes trokken er samen op uit. In deze donkere wereld red je het alleen niet, het is te gevaarlijk. Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi (1 Petrus 5:8).
2. De olie in de lampen kan opraken. De komst van de bruidegom laat op zich wachten. Daarom moet er reserveolie worden meegenomen. Geestelijke reserves, zou ik ze willen noemen, reserves om de adventstijd door te komen, om het wachten vol te houden. Geestelijke reserves die worden gevormd door allerlei verschillende activiteiten in de gemeente: door prediking, door getuigenissen, door zang en muziek, door bijbelstudie en gebed …
3. De komst van de bruidegom laat op zich wachten. Alle tien meisjes vallen in slaap. De gemeente van Christus staat niet altijd op haar post. Toch weerhoudt dat de Bruidegom niet om te komen. En de meisjes met de reserveolie zijn er klaar voor: Hoera, de bruidegom komt eraan!!
4. PS De gemeente van de toekomst zie ik elke zondagmorgen langs mij heen komen/rennen: een grote schare kinderen op weg naar de zondagsschool om geestelijke reserves op te bouwen onder leiding van een groot aantal leiders en leidsters. Wat een rijkdom: dat zoveel mensen van jongere generaties worden toegerust om de Bruidegom op te wachten en te zijner tijd Hem tegemoet te gaan.
In wens u allen – oud en jong samen – een goede wacht.
Labels:
advent,
bruidegom,
Mattheus 25,
vijf dwaze meisjes,
vijf wijze meisjes
Locatie:
Arnhem, Nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)

